|
HERINNERINGEN AAN ...
|
|
Aardrijkskunde, Scheikunde, Duits, juffrouw van Prooijen, Wieringa
Aardrijkskunde werd gegeven door de heer Wiskerke. Een klein baasje met een kaal hoofd.
Wij leerden toen nog voornamelijk topografie. Zijn lokaal was amfitheatergewijs ingericht. Het gaf altijd een gevoel van theater. Ik kan mij herinneren dat er bij een repetitie een van de meisjes een aantal steekwoorden op haar (zeker fraaie) dijen had geschreven, met de gedachte dat Wissekerke daar vast niet zou kijken. Nou, daarin vergiste zij zich. Hij zag haar spieken, liep naar haar toe - zij zat door de opstelling redelijk hoog voor hem - greep haar rok en sloeg deze geheel terug en klaar was voor haar de repetitie.
Naast Wissekerke gaf Ir. Scheen scheikunde. Ook zijn inspanningen net als die van Houwing waren voor veel leerlingen vergeefs.
Ik had het al snel gezien. Een groot scheikundige zou ik nooit worden. Toch heb ik het periodiek systeem, dat toen nog uit 92 symbolen bestond redelijk onder de knie gekregen ...
Dankzij het feit dat ik het schrift van Joop Arnold mocht lenen, waaruit ik de hele beschrijving van de kaarsvlam heb overgeschreven, heb ik eenmaal een zes voor scheikunde gekregen.
Het leuke was natuurlijk het practicum. Daar werden allerlei chemicaliën op kosten van de gemeente verprutst. Het gebeurde dat de heer Scheen dan achter je verscheen en riep; "Je staat in brand". En o wee, als je dan niet de juiste beslissing nam en onder de aanwezige douche ging staan. Ik heb nog eens meegemaakt dat een leerling zand over zijn hoofd begon te gooien.
Kromhout gaf Duits. Voor die tijd was hij een moderne leraar. Hij had belangstelling voor de mens achter de leerling. Had je hem toevallig laat op de dag, dan kon het dolle pret worden. Ik herinner me een keer dat we besloten hadden alle banken tegen elkaar aan te schuiven en allemaal gezellig dicht op elkaar gingen zitten. Om het nog gezelliger te maken werden (op klaar lichte dag) de gordijnen dichtgedaan. Alleen kaarsen ontbraken nog.
Plotseling kwam Ringelenstein binnen. Bleef roerloos staan. Stamelde iets van: 'het is hier wel gezellig geloof ik" en verdween weer.
Soms kwamen we met een aantal leerlingen bij hem thuis. Wij vonden dat toen heel bijzonder. Ooit heb ik gehoord dat hij vrij jong is overleden.
Even interessant was juffrouw van Prooijen. Jong en charmant. De klas mocht haar graag. Zij straalde een zekere warmte uit. Wij jongens vonden haar wel uitdagend. Vooral wanneer zij op de lessenaar van de eerste bank ging zitten. De jongens zakten steeds verder onderuit. Zij gaf uitstekend les.
Dat deed ook de heer Van der Vlugt, "Kareltje". Alleen viel het niet mee om wakker te blijven. Zijn repetities waren altijd dezelfde. Bleef je dus zitten, dan kreeg je het volgende jaar dezelfde repetities. Je moest je werk dus goed bewaren. Van hem was bekend dat de moppen die hij bij regelmaat vertelde in de kantlijn van zijn boek waren geschreven.
Tegenover hem resideerde Wieringa, "Une Belle Pomme", onze docent Frans.
Hij schepte er een groot genoegen in om bij jongens de oren er af te draaien danwel met zijn niet geringe gewicht op je tenen te gaan staan. Wie zou dat nu nog pikken? Hij rookte geen "pipe", maar wel zware sigaren.
|
|